Het lyrisch-symbolisch realisme
van Hilde van Eijk

Het werk van Hilde van Eijk is nog het meest verwant aan het symbolisch of fantastisch realisme, maar is eigenzinnig en authentiek te noemen.  In tegenstelling tot de oorspronkelijke stroming van het  magisch realisme, zijn bijvoorbeeld de contouren zacht,  maar er zijn ook andere verschillen,  zoals de keuze van de onderwerpen.

Hilde van Eijk heeft aan vele tentoonstellingen meegedaan, zowel solo als in groepsverband. Eveneens heeft ze meegedaan aan Open Atelierroutes Westerkwartier en er zijn vele artikelen over haar verschenen.

De schilderijen zijn verstild, ruimtelijk en dromerig. Ze lijken vanuit een andere dimensie geschilderd: sereen en rustgevend. Het werk straalt, door de manier van weergeven van licht, kleur en compositie, een mysterieuze verstilling en poëzie uit. Het is een poëzie, die gedragen wordt door het licht en nergens wordt verstoord door overbodigheden en vormzwakte.

Bij Hilde van Eijk geen heftige prikkels die snel vervelen. Daarentegen gaat de diepe achterliggende symboliek hoe langer hoe meer spreken als je deze  op je laat inwerken.

Poortjes, luikjes, drieluiken, maar ook “zesluiken” (voor- en achterkant van een drieluik beschilderd) kenmerken vaak het werk van Hilde van Eijk en versterken de zeggingskracht waardoor je a.h.w. een tweede werkelijkheid binnengaat.

Er zijn hierbij verschillende mogelijkheden om het schilderij te etaleren, zodat steeds op een verrassende manier een ander schilderij ontstaat.

Gladde oppervlakten van vele verfijnd geschilderde dunne glacislaagjes over elkaar worden soms afgewisseld met ruwe structuren. Eveneens wisselen figuratief en realistisch elkaar af voor een boeiend geheel.

Steeds is er het zoeken naar balans, maar ook het vuur van het beleven van schoonheid van vorm en kleur. De kleuren zijn natuurlijk en een beetje “bestorven”. 

Menselijke emoties, innerlijke conflicten en stemmingen zijn in symbooltaal  teruggebracht tot kernachtige beelden. De (universele) symbolen zijn  tot een persoonlijke beeldtaal  geworden, waarin een ieder echter zjjn eigen verhaal zal weten te vinden.

Vaak wordt er gespeeld met de begrippen licht en donker, vrijheidsdrang, menselijke facades, innerlijke en uiterlijke werelden en  transformaties binnen jezelf. 

Een van de universele symbolen is bijvoorbeeld de zon. In de Egyptische mythologie speelde de zon, die door de scarabee omhoog werd gedragen, een belangrijke rol. Ook in de westerse symboliek is de zon belangrijk, als metafoor van zelfrealisatie, innerlijke kracht, blijheid en zelfvertrouwen (de zon in jezelf ). 

De zon is vooral de inspiratiebron bij de door Egyptische kunst geïnspireerde schilderijen in de serie " De Zonnecyclus". De portretten, die de koninklijke mummies sierden, waren ideaalbeelden. In de serie wordt de beeldvorming, die mensen ten opzichte van elkaar hebben, tot uitdrukking gebracht. Het beeld wordt  menselijk, als men niet meer aan eigen of andermans ideaal hoeft te voldoen. In de symboliek wordt op de schilderijen, waar dit ( nog ) niet het geval is, het egyptische "laatste oordeel"( voor men in het paradijs mocht toetreden) afgebeeld. Hier heeft de kunstenares echter het oordeel in psychologische zin voor ogen, n.l  het elkaar of jezelf veroordelen . Anubis, (een jakhals of wolf ), god van de mummificatie en de dood, vertegenwoordigt in de hier gebruikte symboliek angst en macht uitoefenen . Bij deze serie, evenals bij sommige andere, worden de schilderijen vergezeld van gedichten.

Menselijke façades, kwetsbaarheid en onmacht  om uit het eigen wereldje te komen is het hoofdthema  bij de schilderijen- anex  gedichtenbundel  “Cocooning”. Maar ook, in andere gevallen, het je bewust terugtrekken als je behoefte hebt aan rust.

De serie “Seizoenen”  is geïnspireerd op de voortdurende cyclus lente-zomer-herfst-winter, die in een mensenleven plaatsvindt, of het nu gaat om stemmingen, perioden, of het leven zelf, van geboorte tot dood. Een poort geeft toegang tot een andere fase of zienswijze. Als een rode draad loopt door het boekje het symbool van het water ( levensstroom) in de diverse verschijningsvormen. In het begin van het boekje is het water nog sneeuw (de levensstroom moet nog op gang komen). Bij het werkje "Waterstroompje" komt de stroom op gang, om aan het eind van de cyclus op te drogen. Ook stenen en klimop zijn terugkerende elementen.

Hilde van Eijk is steeds aan het zoeken naar de essentie van het leven, dat wat losstaat van de tijdsgeest, het tijdloze achter de vergankelijkheid. Oeroude symboliek is fascinerend, daar ze nog steeds actueel is. Oude (egyptische ) kunst en antiek raken de mens. Dit, omdat het in de loop der tijd meer ziel heeft gekregen . Door de schilfers, die hebben losgelaten vanwege de inwerking van de elementen , wordt dit nog versterkt. In vele werken  spelen begrippen als vergankelijkheid en tijdloosheid een rol : dat wat in essentie overblijft, nadat  de elementen eeuwenlang hun werk hebben gedaan, b.v. in oude Egyptische  muurschilderingen en bij andere kunstschatten. Dit gegeven is vooral bij de series   " De Zonnecyclus" en "De Elementen"  de inspiratiebron geweest

Er wordt slechts een gedeelte van de schilderijen uit de series getoond.